ECLI:NL:CRVB:2019:3387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering
Appellante heeft in 1994 een afwijzing gekregen voor een WAO-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. In 2016 verzocht zij om herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en aanspraak op WAO, wat het UWV heeft opgevat als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit en een Amber-beoordeling. Dit verzoek is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de diagnose fibromyalgie en de psychische klachten niet als nieuwe feiten konden worden beschouwd en dat appellante haar klachten destijds onvoldoende had aangevoerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat nieuwe medische informatie en taalbarrières haar eerdere situatie onvoldoende weerspiegelen.
De Raad oordeelt dat er geen sprake is van een inhoudelijke herbeoordeling, maar van een toetsing op nieuwe feiten volgens artikel 4:6 Awb Pro. De medische stukken en diagnose fibromyalgie worden niet als nieuwe feiten aangemerkt. Ook de psychische klachten zijn niet voldoende onderbouwd als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De Raad ziet geen aanleiding het besluit als evident onredelijk te beschouwen en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herbeoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.