ECLI:NL:CRVB:2019:3401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet gemeld bezit onroerend goed in het buitenland
Appellant ontving vanaf 2009 een AIO-aanvulling, maar werd onderzocht door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) vanwege mogelijke onrechtmatigheid. In 2015 vulde appellant een formulier in waarin hij meldde mede-eigenaar te zijn van een woning en grond in Turkije. Nadere gegevens werden opgevraagd en appellant verstrekte een overzicht van negen onroerende zaken met een totale waarde van circa €23.170.
De Svb besloot daarop de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting zou hebben geschonden door niet volledig te melden. Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat het onderzoek discriminatoir was omdat alleen Turkse AIO-gerechtigden werden gecontroleerd, en dat de informatie onrechtmatig was verkregen.
De Raad oordeelde dat het formulier aan alle AIO-gerechtigden werd toegezonden en dus geen onderscheid naar nationaliteit werd gemaakt. De informatie was door appellant zelf verstrekt en dus niet onrechtmatig verkregen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Den Haag werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep op 22 oktober 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt bevestigd.