ECLI:NL:CRVB:2019:3402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor babypakket wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, die sinds 2014 bijstand ontvangt als alleenstaande ouder, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een babypakket en babyuitzet voor haar tweede kind. Het college wees deze aanvragen af omdat deze kosten behoren tot incidentele kosten van het bestaan die uit het inkomen moeten worden voldaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de kosten zich weliswaar voordoen en noodzakelijk zijn, maar dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend als deze kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden die niet uit het inkomen kunnen worden voldaan.
Appellante had vanaf het moment van zwangerschap kunnen voorzien dat zij deze kosten zou maken en had kunnen reserveren of gespreid betalen. De bijstandsuitkering wordt geacht toereikend te zijn. Het beleid van het college om babyuitzet alleen voor het eerste kind te vergoeden is niet onrechtmatig toegepast. De Raad concludeert dat appellante niet benadeeld is en wijst het hoger beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor het babypakket wordt bevestigd.