ECLI:NL:CRVB:2019:3407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek UWV bij beoordeling ziekengeld na eerste ziektejaar
Appellant, voormalig bouwmedewerker, meldde zich ziek met rug- en knieklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling door het UWV werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en werd het ziekengeld beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen, waaronder fibromyalgie en degeneratieve knieafwijkingen, waren onderschat en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om de conclusies van de verzekeringsartsen te betwijfelen. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke medisch deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant niet op medisch objectieve gronden meer beperkingen had dan vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.