Appellante heeft een aanvraag ingediend voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010, welke door het UWV is afgewezen omdat zij meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. Na diverse procedures, waaronder een vernietiging van een eerdere beslissing door de rechtbank Rotterdam wegens onvoldoende medische onderbouwing, heeft het UWV een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld die beperkingen van appellante weerspiegelt.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het nieuwe besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten omdat de beperkingen onvoldoende waren vastgesteld. In hoger beroep betoogt appellante dat zij meer beperkingen heeft en dat er een noodzaak is voor intensieve begeleiding en urenbeperking, wat door de Raad niet wordt gevolgd.
De Raad oordeelt dat de FML van 9 oktober 2017 juist is vastgesteld, dat de functies die appellante kan vervullen medisch passend zijn en dat er geen noodzaak is voor extra begeleiding of urenbeperking. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Daarnaast is de redelijke termijn van de procedure met een jaar en zes maanden overschreden, volledig toe te rekenen aan het UWV, waarvoor een immateriële schadevergoeding van €1.500,- wordt toegekend. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van €512,-.