Uitspraak
19.1284 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
aanmerking komt voor een IVA-uitkering;
uitspraak is vermeld;
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn aanvraag voor een IVA-uitkering werd afgewezen omdat hij niet had deelgenomen aan een multidisciplinair revalidatietraject. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat het niet deelnemen aan dit traject niet op ziekte berustte, maar op gedrag en motivatie, waardoor appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een IVA-uitkering.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk een revalidatietraject had gevolgd, dat dit door de revalidatiearts werd beëindigd wegens gebrek aan meerwaarde, en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening had gehouden met deze persoonlijke omstandigheden. De Raad oordeelde dat het rapport van de verzekeringsarts onvoldoende onderbouwing gaf over het mogelijke resultaat van het revalidatietraject in de individuele situatie van appellant.
De Raad stelde vast dat het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte en dat ook na eerdere vernietiging geen verbetering was aangebracht. Daarom werd het besluit vernietigd, het eerdere besluit herroepen en appellant met ingang van 17 juli 2015 recht toegekend op een IVA-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellant krijgt met terugwerkende kracht een IVA-uitkering toegekend vanaf 17 juli 2015.