ECLI:NL:CRVB:2019:3431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldige beoordeling beperkingen
Appellante, laatst werkzaam als thuishulp, meldde zich ziek met fysieke en later ook psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundige selectie van functies. Na bezwaar en beroep wijzigde de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML, waarbij beperkingen werden aangepast maar de urenbeperking werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geen medische informatie had overgelegd die verdergaande beperkingen rechtvaardigde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsarts geen lichamelijk onderzoek had verricht en dat zij meer beperkingen had, waaronder een urenbeperking op preventieve gronden. Tevens verzocht zij om benoeming van een deskundige.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook zonder lichamelijk onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, en dat voldoende medische informatie aanwezig was. De Raad verwierp het beroep op artikel 6 EVRM Pro en het verzoek om een deskundige, omdat de medische informatie voldoende was en appellante onvoldoende had onderbouwd dat zij financieel niet in staat was zelf een deskundige in te schakelen.
De Raad bevestigde dat de beperkingen zoals vastgesteld in de FML juist waren en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.