ECLI:NL:CRVB:2019:3448

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 november 2019
Publicatiedatum
4 november 2019
Zaaknummer
19/4083 WW-W
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om wraking wegens gebrek aan concrete feiten van vooringenomenheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat deze rechter onpartijdigheid zou missen vanwege een eerdere onwelgevallige uitspraak in een zaak van verzoeker. De behandelend rechter verscheen niet bij de zitting en berustte niet in het wrakingsverzoek.

De Raad overwoog dat artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het mogelijk maakt rechters te wraken op grond van feiten en omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Echter, vaste rechtspraak leert dat het enkel doen van een onwelgevallige uitspraak in een eerdere zaak niet voldoende is om schijn van vooringenomenheid aan te nemen.

Verzoeker bracht geen concrete feiten of omstandigheden aan die een schijn van vooringenomenheid konden onderbouwen. De Raad stelde dat de juistheid van de eerdere uitspraak niet ter beoordeling stond in deze wrakingsprocedure. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te kennen.

De Raad wees het wrakingsverzoek af en deed dit in een openbare zitting op 4 november 2019, waarbij de griffier en de voorzitter het proces-verbaal ondertekenden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.

Uitspraak

19.4083 WW-W

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing op het verzoek om wraking door
[verzoeker] (verzoeker)
Datum uitspraak: 4 november 2019
Zitting hebben: L.M. Tobé, J.J.T. van den Corput en J.P.A. Boersma
Griffier: L. Hagendijk
Verzoeker is niet verschenen.
H.G. Rottier (behandelend rechter) is niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van Pro de Awb blijkt dat de strekking van het instituut van wraking is gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid.
2. Aan het verzoek om wraking van de behandelend rechter is ten grondslag gelegd dat de behandelend rechter uitspraak heeft gedaan in een eerdere zaak van verzoeker, te weten de uitspraak van 27 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2101. Volgens verzoeker is in die zaak ten onrechte ook uitspraak gedaan in de bodemzaak en is de gedane uitspraak onjuist.
3. De behandelend rechter heeft meegedeeld niet te berusten in het wrakingsverzoek.
4. De enkele omstandigheid dat een rechter in een eerdere zaak van de betrokken partij een die partij onwelgevallige uitspraak heeft gedaan, kan naar vaste rechtspraak van de Raad niet worden gerekend tot feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2044). De juistheid van de uitspraak van 27 juni 2019 staat in het kader van deze wrakingsprocedure niet ter beoordeling. Verzoeker heeft geen concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit (de schijn van) vooringenomenheid van de behandelend rechter zou kunnen worden afgeleid.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 4 november 2019
De griffier De voorzitter
(getekend) L. Hagendijk (getekend) L.M. Tobé
lh