ECLI:NL:CRVB:2019:3450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en afwijzing bijstand wegens onvoldoende financiële gegevens
Appellante ontving bijstand in de vorm van een renteloze geldlening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na het faillissement van haar bedrijf vroeg zij algemene en bijzondere bijstand aan, maar leverde niet alle gevraagde financiële gegevens aan, waaronder bankafschriften van haar bedrijf.
Het college stelde de aanvragen buiten behandeling of wees ze af vanwege het ontbreken van essentiële informatie. Appellante voerde aan dat zij door persoonlijke omstandigheden niet in staat was haar belangen te behartigen, maar de Raad oordeelde dat zij alsnog verplicht was volledige openheid van zaken te geven.
Verder bleek uit de overgelegde aangifte inkomstenbelasting dat appellante geen inkomsten had opgegeven, terwijl objectieve gegevens uit Suwinet het tegendeel aantonen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de verstrekte lening terecht teruggevorderd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde alle bestreden besluiten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandaanvragen en de terugvordering van de Bbz-lening wegens onvoldoende en onwaarheidsgetrouwe financiële gegevens.