Uitspraak
18.3377 AW
15 mei 2018, 17/7144 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
december 2016 is appellante gedetacheerd geweest bij de [afdeling 2] .
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam bij de gemeente Amsterdam binnen de vastgoedorganisatie en werd per 1 september 2016 ingedeeld in een functie met salarisschaal 10. Zij maakte bezwaar tegen deze indeling, stellende dat haar werkzaamheden complexer en zelfstandiger waren dan erkend en dat zij recht had op een hogere functie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellante niet volledig zelfstandig werkte en dat haar takenpakket, waaronder het project en de toepassing van de Wet Bibob, binnen het gekozen functieprofiel vielen. Ook werd vastgesteld dat de procedure zorgvuldig was verlopen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar takenpakket onderschat was en dat zij recht had op een hogere inschaling. De Raad toetst terughoudend en concludeert dat de indeling op voldoende gronden berust en niet onhoudbaar is. De complexere taken van het project zijn niet volledig uitgevoerd door appellante, en er waren geen toezeggingen voor een hogere functie.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indeling van appellante in salarisschaal 10 wordt bevestigd.