ECLI:NL:CRVB:2019:3566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid en uitkeringsbeëindiging na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als barkeeper, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder hart- en schouderklachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, die later werd beëindigd omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn medische beperkingen en onvoldoende informatie had opgevraagd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam een aanvullende beperking op voor boven schouderhoogte actief zijn, maar bevestigde verder de belastbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. In hoger beroep heeft appellant nieuwe medische stukken overgelegd, maar deze hadden geen betrekking op de datum in geding.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.