ECLI:NL:CRVB:2019:3568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op UWV-besluit arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht op 6 januari 2017 het UWV om terug te komen op een besluit van 19 november 2002 waarbij zijn aanvraag voor een WAO-uitkering werd afgewezen. Het UWV wees dit verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd overwogen dat de regeling voor toegenomen arbeidsongeschiktheid niet van toepassing was omdat meer dan vijf jaar waren verstreken sinds de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij volledig arbeidsongeschikt is en verwees naar medische verklaringen, terwijl hij tevens klaagde dat het UWV hem niet had opgeroepen voor een onderzoek. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek van appellant neerkomt op een terugkomverzoek op het eerdere besluit en dat het UWV dit terecht heeft beoordeeld volgens artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad bevestigde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die het eerdere besluit zouden rechtvaardigen om te herzien. Ook was het verzoek niet evident onredelijk. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd daarom bevestigd en het hoger beroep van appellant werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om terug te komen op het UWV-besluit wordt bevestigd.