ECLI:NL:CRVB:2019:360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opschorting en intrekking bijstand wegens niet verstrekken CIN-nummer
Appellant ontving een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) schortte de bijstand op en trok deze later in omdat appellant niet binnen de gestelde termijn zijn CIN-nummer overlegde, wat een schending van zijn medewerkingsverplichting vormt volgens artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de intrekking. De rechtbank oordeelde dat de Svb geen concrete aanleiding nodig had om het CIN-nummer op te vragen en dat appellant te verwijten viel dat hij niet tijdig medewerkte.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe gronden aan en verwees de Raad naar de eerdere uitspraak. De Raad benadrukte dat in eerdere uitspraken is bevestigd dat het niet verstrekken van het CIN-nummer een schending van de medewerkingsverplichting is en dat de Svb bevoegd is om de bijstand op te schorten en in te trekken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens het niet verstrekken van het CIN-nummer.