ECLI:NL:CRVB:2018:807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet verstrekken CIN-nummer voor vermogenonderzoek in Marokko
Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) van de Sociale verzekeringsbank (Svb) op grond van de Participatiewet (PW). De Svb voerde een rechtmatigheidsonderzoek uit naar het inkomen en vermogen van AIO-gerechtigden, waaronder appellanten die in Marokko geboren zijn. Hiervoor werd gevraagd om het overleggen van het Carte d’Identité Nationale (CIN)-nummer, essentieel voor onderzoek bij Marokkaanse instanties.
Appellanten weigerden hun CIN-nummers te verstrekken, waardoor de Svb het recht op AIO-aanvulling opschortte en later introk op grond van artikel 54 van Pro de PW. Appellanten voerden onder meer aan dat het CIN-nummer geen invloed heeft op het recht op AIO, dat er geen aanleiding was voor het onderzoek, en dat het verzoek in strijd is met het recht op privéleven en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
De Raad oordeelde dat het CIN-nummer zelf geen feit is dat het recht op AIO beïnvloedt, maar wel noodzakelijk is voor de medewerking aan het onderzoek. De medewerkingsplicht omvat het verstrekken van het CIN-nummer omdat dit onmisbaar is voor identificatie en verificatie in Marokko. De Raad verwierp de bezwaren over het recht op privéleven en de Wbp, omdat het opvragen van het CIN-nummer geen schending oplevert en appellanten voldoende rechtsbescherming hebben tegen onrechtmatig gebruik.
De Raad concludeerde dat appellanten de medewerkingsplicht schonden door het niet verstrekken van het CIN-nummer en dat de Svb terecht het recht op AIO-aanvulling opschortte en introk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling wegens het niet verstrekken van het CIN-nummer wordt bevestigd.