ECLI:NL:CRVB:2019:3623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies door UWV
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, heeft zich ziek gemeld vanwege psychische en knieklachten en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling door verzekeringsartsen van het UWV is vastgesteld dat appellant belastbaar is met beperkingen en dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wat leidde tot beëindiging van zijn WIA-uitkering.
Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen en dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, met een verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. Tevens betwistte hij de geschiktheid van de geselecteerde functies en de beschikbaarheid van een vervoersvoorziening.
De Raad toetste de beoordeling van het UWV aan de hand van het arrest Korošec en concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig is verricht, appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunten te onderbouwen en dat de medische en arbeidsdeskundige rapporten een juiste basis vormen. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is en dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.
De Raad wees het verzoek om vergoeding van schade af en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige of voor het toekennen van een IVA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant is niet volledig arbeidsongeschikt.