ECLI:NL:CRVB:2019:3644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.M. Overbeeke
- M.F. Wagner
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen en niet overleggen gegevens
In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het recht op bijstand van appellant opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat appellant niet is verschenen op afspraken en niet de gevraagde bankafschriften heeft overgelegd. Het college nodigde appellant uit voor gesprekken op 9 en 12 oktober 2017, waarbij hij werd verzocht documenten mee te nemen. Appellant verscheen niet en leverde geen stukken aan.
Het college nam daarop besluiten tot opschorting (9 oktober 2017) en intrekking (13 oktober 2017) van de bijstand met terugwerkende kracht. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde deze bezwaren ongegrond bij besluit van 23 januari 2018. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet verschijnen en het niet tijdig overleggen van de gevraagde gegevens. De omstandigheid dat de sleutel van zijn brievenbus tijdelijk door zijn dochter was meegenomen, is voor zijn risico. Ook psychische klachten van appellant verhinderen het college niet om in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik te maken.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en gebaseerd op de feiten en het recht.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt opgeschort en ingetrokken wegens het niet verschijnen en niet tijdig overleggen van gevraagde gegevens.