ECLI:NL:CRVB:2019:3704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellante, werkzaam als beveiligingsmedewerker, ontving sinds 2014 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2016 trok het UWV deze uitkering in omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bleek te zijn, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat zij in bewijsnood verkeerde, mede vanwege beperkingen in de informatieverstrekking door behandelaars. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de belastbaarheid correct was ingeschat.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunt te onderbouwen en dat er geen aanwijzingen waren dat de medische beoordeling onjuist was. Ook werd geen reden gezien om een deskundige te benoemen. De Raad concludeerde dat de intrekking van de WIA-uitkering terecht was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.