ECLI:NL:CRVB:2019:3837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij ziekengeld
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om het ziekengeld met ingang van 3 december 2016 te beëindigen omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank Oost-Brabant wees het beroep af.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Deze verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellante geen procesbelang had. Het beoogde resultaat, namelijk het verkrijgen van ziekengeld over zaterdag 3 en zondag 4 december 2016, kon niet worden bereikt omdat zij in die week al over vijf kalenderdagen ziekengeld had ontvangen. Volgens artikel 29, tweede lid, Ziektewet wordt ziekengeld slechts over maximaal vijf dagen per week uitgekeerd, exclusief zaterdag en zondag.
De Raad benadrukte dat een louter formeel of principieel belang onvoldoende is voor procesbelang. Omdat het hoger beroep geen feitelijke betekenis voor appellante had, werd het niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat appellante reeds in eerdere fases was gewezen op het ontbreken van een financieel belang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.