Uitspraak
17.7546 WIA
OVERWEGINGEN
(ECLI:NL:CRVB:2016:503) is dat besluit in rechte vast komen te staan.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht om herziening van het besluit van 14 augustus 2012 waarbij zijn Ziektewetuitkering per 15 augustus 2012 werd beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor zijn eigen werk. Het UWV wees dit verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant verwees naar een neuropsychologisch rapport uit 2015 waarin ernstige psychische klachten werden vastgesteld, maar de rechtbank oordeelde dat dit rapport onvoldoende aanknopingspunten bood om te concluderen dat deze klachten ook in augustus 2012 bestonden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Het rapport uit 2015 kon niet als nieuw feit worden aangemerkt en de medische rapporten uit 2012 ondersteunden het standpunt van het UWV. Ook was het besluit niet evident onredelijk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.