ECLI:NL:CRVB:2016:503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag Ziektewet-uitkering wegens geen nieuw feit
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering na beëindiging van zijn werk als postsorteerder en meldde zich ziek op 27 juni 2012. Het UWV beëindigde de uitkering per 15 augustus 2012, omdat appellant weer geschikt werd geacht voor arbeid. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
In mei 2013 meldde appellant zich opnieuw ziek en gaf aan dat hij eerder niet de juiste medische informatie had verstrekt. Hij stelde dat hij ernstig ziek was met slaapapneu, hart- en psychische klachten. Het UWV weigerde herziening van het eerdere besluit, omdat er geen nieuwe feiten waren, alleen een andere diagnose van reeds bekende klachten. Dit werd bevestigd door verzekeringsartsen en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het verzoek om herziening een herhaalde aanvraag was zonder nieuwe feiten of omstandigheden na het eerdere besluit. In hoger beroep stelde appellant dat de diagnose slaapapneu een nieuw feit was, maar de Centrale Raad oordeelde dat dit een andere interpretatie van bekende klachten betrof en dus geen nieuw feit was in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht het verzoek tot herziening heeft afgewezen en dat nieuwe feiten die pas in hoger beroep worden ingebracht niet in aanmerking worden genomen. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herziening van de Ziektewet-uitkering bevestigd.