ECLI:NL:CRVB:2019:3909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende AIO-aanvulling wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg met terugwerkende kracht tot 1 december 2008 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) aan. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende de AIO-aanvulling toe vanaf de datum van aanvraag in mei 2017, maar weigerde deze met terugwerkende kracht toe te kennen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat vaste rechtspraak bepaalt dat terugwerkende kracht alleen mogelijk is bij bijzondere omstandigheden. Onbekendheid met regelgeving, onvoldoende taalbeheersing en gebrek aan voorlichting zijn geen bijzondere omstandigheden. Appellant kon zich laten informeren en heeft geen bewijs geleverd van psychosociale omstandigheden die zijn late aanvraag rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en benadrukt dat het wijzen op een mogelijk recht op AIO-aanvulling bij AOW-toekenning niet leidt tot een ander oordeel. Ook de hulp van kinderen bij het voorzien in noodzakelijke kosten vormt geen bijzondere omstandigheid. Het hoger beroep wordt verworpen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van terugwerkende AIO-aanvulling bevestigd.