ECLI:NL:CRVB:2019:3933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op partnertoeslag bij wijziging inkomen echtgenote na 1 januari 2015
Appellant vroeg een AOW-pensioen aan en ontving een partnertoeslag waarbij rekening werd gehouden met het inkomen van zijn echtgenote. In 2014 had zijn echtgenote als zelfstandige een hoog inkomen, waardoor appellant geen recht had op toeslag over dat jaar. In 2015 waren de inkomsten nihil, maar door een wetswijziging kan een nieuw recht op toeslag vanaf 1 januari 2015 niet ontstaan als gevolg van een wijziging in het inkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij toch recht had op voortzetting van de toeslag en dat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) hem onvoldoende had geïnformeerd over de wetswijziging. De Raad oordeelde dat de berekening van het inkomen van de echtgenote door evenredige toerekening over 2014 niet onredelijk was en dat de situatie van appellant niet valt onder de uitzondering voor incidentele inkomensstijgingen.
Verder was de informatievoorziening door de Svb voldoende, mede omdat appellant op de hoogte was gesteld via het blad Mijn AOW. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op partnertoeslag omdat de inkomsten van zijn echtgenote in 2014 te hoog waren en een nieuw recht na 1 januari 2015 niet kan ontstaan.