ECLI:NL:CRVB:2019:3936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van woninginrichting na verhuizing naar een zelfstandige woonruimte. Het college wees de aanvraag af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die bijzondere bijstand rechtvaardigden en appellante voldoende ruimte had om te sparen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat incidentele kosten zoals woninginrichting in principe uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden aantoonbaar zijn.
Appellante stelde dat een conflict tussen haar moeder en het college haar belemmerde te reserveren voor de kosten, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad concludeerde dat appellante sinds 2012 een uitkering ontving waarmee zij kon sparen en dat de noodzakelijke kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.