Uitspraak
19 697 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
tweede lid, van de Awb gaat het daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 20 maart 2018 een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet. Het college verzocht appellant om aanvullende gegevens te verstrekken vóór 10 april 2018 en waarschuwde dat bij niet-tijdige aanlevering de aanvraag niet verder in behandeling zou worden genomen.
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de gevraagde stukken daadwerkelijk en tijdig heeft verzonden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de buiten behandelingstelling ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, verwijzend naar vaste rechtspraak dat het risico van niet-bereiken van niet-aangetekende post bij de afzender ligt.
De overgelegde kopieën en verklaringen waren onvoldoende concreet en verifieerbaar om de tijdige verzending aannemelijk te maken. Het college maakte terecht gebruik van zijn bevoegdheid op grond van artikel 4:5 Awb Pro om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buiten behandelingstelling van de aanvraag bevestigd.