ECLI:NL:CRVB:2019:3961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankstortingen en bijschrijvingen
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand en werd in het kader van een heronderzoek geconfronteerd met een terugvordering wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening. Het college had de bijstand over de periode december 2016 tot augustus 2017 herzien en een bedrag van €1.468,18 teruggevorderd vanwege schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat kasstortingen en bijschrijvingen in principe als middelen en inkomsten in de zin van de Participatiewet worden beschouwd. Appellant had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze bedragen niet tot zijn inkomsten behoorden. Ook financiële problemen konden niet verhinderen dat terugvordering plaatsvond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere standpunten, maar de Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel ontvangen bijstand wegens niet gemelde bankstortingen en bijschrijvingen.