ECLI:NL:CRVB:2019:3980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling arbeidsbeperkingen Wajong-aanvraag wegens onjuiste medische grondslag en schadevergoeding redelijke termijn
Appellant, geboren in 1968, vroeg op grond van de Wet Wajong ondersteuning aan vanwege psychische problematiek. Het UWV wees de aanvraag af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onzorgvuldige beoordeling en stelde vast dat appellant arbeidsbeperkingen heeft. In hoger beroep liet appellant een psychiatrisch rapport van een onafhankelijke deskundige verrichten, die verdergaande beperkingen constateerde dan het UWV had vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep volgde de onafhankelijke deskundige en oordeelde dat de medische grondslag van het bestreden besluit onjuist was. Het UWV werd opgedragen het bezwaar opnieuw te behandelen met inachtneming van de conclusies van de deskundige. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure met ruim twee jaar was overschreden, waardoor het UWV en de Staat werden veroordeeld tot een schadevergoeding van respectievelijk €1.000 en €2.000.
De Raad bepaalde dat tegen de nieuwe beslissing op bezwaar slechts beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. Hiermee is de procedure inhoudelijk heropend en is de rechtspositie van appellant versterkt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient het bezwaar opnieuw te beoordelen; daarnaast worden schadevergoedingen toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.