ECLI:NL:CRVB:2019:405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar betalingsregeling bestuursrechtelijke premie
Appellant was vanaf september 2010 bestuursrechtelijke premie verschuldigd wegens aanmelding als wanbetaler door zijn zorgverzekeraar. Na afmelding als wanbetaler volgde een eindafrekening waarbij een bedrag verschuldigd was. Appellant woonde een periode in Duitsland, waardoor hij als verdragsgerechtigde werd aangemerkt en een buitenlandbijdrage verschuldigd werd.
CAK stelde een betalingsregeling vast voor het bedrag van de bestuursrechtelijke premie, maar verklaarde het bezwaar tegen deze regeling niet-ontvankelijk omdat de brief van appellant geen besluit was waartegen bezwaar openstond. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de betalingsregeling niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
In hoger beroep richt appellant zich uitsluitend tegen de buitenlandbijdrage, niet tegen het bestreden besluit over de betalingsregeling. De Raad oordeelt dat deze beroepsgronden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de betalingsregeling.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 februari 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de betalingsregeling en wijst het hoger beroep af.