Uitspraak
17.3740 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1932 en met diverse lichamelijke beperkingen, vroeg op grond van de Wmo 2015 een traplift en badlift aan. Het college wees deze aanvraag af en bood een financiële tegemoetkoming voor aanpassing van de badkamer op de benedenverdieping, omdat dit de goedkoopst adequate voorziening is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de medische situatie van appellante geen noodzaak tot gebruik van de bovenverdieping rechtvaardigt.
De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat het was gebaseerd op een verouderd bouwkundig advies uit 2009. Na nader onderzoek in 2018 en 2019, inclusief medisch en paramedisch advies en een kostenraming, werd vastgesteld dat de situatie ongewijzigd was en dat gelijkvloers wonen met aanpassing van de benedenverdieping volstaat. De kosten van aanpassing beneden bedragen circa €6.271, terwijl traplift en aanpassing boven circa €16.181 kosten.
Appellante kon niet concreet maken welke extra aanpassingen nodig zouden zijn en het ventilatieprobleem in de slaapkamer beneden werd reeds eerder als bouwkundig eigen verantwoordelijkheid beoordeeld. De Raad passeerde het gebrek in de motivering van het college en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor traplift en badlift wordt bevestigd omdat aanpassing van de benedenverdieping de goedkoopst adequate voorziening is.