Uitspraak
18.476 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig metaalbewerker/lasser, meldde zich ziek met diverse lichamelijke klachten en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna de uitkering per 1 maart 2017 werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij medische rapporten van een bedrijfsarts werden overgelegd die grotere beperkingen stelden dan het UWV had aangenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het UWV zorgvuldig had onderzocht en dat de beperkingen reeds waren meegenomen. In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn door artrose, ondersteund door bedrijfsartsrapporten. Het UWV verwees naar rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die de beperkingen hadden beoordeeld en de geschiktheid voor drie functies hadden vastgesteld.
De Raad concludeerde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen voldoende had gemotiveerd en dat er geen aanleiding was een deskundige in te schakelen. Met het arbeidsdeskundig rapport was voldoende onderbouwd dat appellant een verdiencapaciteit van meer dan 65% had. Het UWV had het besluit terecht genomen, hoewel het besluit aanvankelijk niet voldoende gemotiveerd was, maar dit werd gepasseerd omdat geen benadeling was. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn loon kan verdienen ondanks beperkingen.