ECLI:NL:CRVB:2019:409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek AOW-pensioen wegens ontbreken verzekerings- en huwelijkse tijdvakken
Appellante diende een aanvraag in voor een AOW-pensioen die werd afgewezen omdat zij niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt en geen huwelijkse tijdvakken vervulde. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat appellante met haar echtgenoot trouwde nadat hij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt en dat zij niet verzekerd was voor de AOW tijdens haar ANW-uitkering.
Na eerdere afwijzingen en een niet-ontvankelijk verklaard beroep, diende appellante een hernieuwde aanvraag in die eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde het standpunt van de Svb dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep toetste of het bestuursorgaan zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en concludeerde dat appellante geen nieuwe feiten had ingebracht die aanleiding gaven het besluit te herzien. De Raad bevestigde dat appellante geen recht had op een AOW-pensioen en wees het beroep af.
De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van haar AOW-pensioen wordt bevestigd.