ECLI:NL:CRVB:2019:411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek postume toelating tot vrijwillige ANW-verzekering wegens overschrijding aanmeldingstermijn
Appellante verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). Dit verzoek werd afgewezen omdat het niet binnen de wettelijke aanmeldingstermijn was ingediend.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het niet weten van de echtgenoot over de mogelijkheid van vrijwillige verzekering geen bijzonder geval vormt om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot op basis van zijn AOW-pensioen verzekerd was en dat de Svb hem niet had geïnformeerd over de vrijwillige verzekering. De Raad oordeelde dat na 1 januari 2000 geen verzekering meer kan worden ontleend aan het ontvangen van een AOW-pensioen en dat de aanvraag ruim buiten de termijn was gedaan.
Verder rust op het bestuursorgaan geen informatieplicht over de vrijwillige verzekering, waardoor de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en veroordeelde de Svb in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het verzoek tot postume toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen wegens overschrijding van de aanmeldingstermijn.