ECLI:NL:CRVB:2019:4121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet aangetoonde gewijzigde omstandigheden na eerdere intrekking
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet, welke door het college met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens het niet melden van werkzaamheden en inkomsten uit erotische massages. Deze intrekking werd in rechte onaantastbaar.
Na een nieuwe aanvraag op 10 mei 2017 wees het college deze af omdat appellant niet kon aantonen dat er gewijzigde feiten en omstandigheden waren die bijstandsverlening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Uit onderzoek bleek dat appellant tijdens de te beoordelen periode nog steeds actief was in de werkzaamheden, ondanks zijn stelling dat hij was gestopt. Appellant heeft de inlichtingenplicht opnieuw geschonden door niet spontaan te melden dat hij nog sporadisch werkzaamheden verrichtte.
Het hoger beroep faalt daarom, en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de nieuwe bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens het niet aantonen van gewijzigde feiten en omstandigheden.