ECLI:NL:CRVB:2019:4143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage en geschiktheid functies bij WIA-uitkering na medische toetsing
Appellant, laatst werkzaam als assistent manager helpdesk, meldde zich in 2010 ziek wegens psychische klachten en kreeg een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 65 en 80%. Na een melding van verslechterde gezondheid in 2016 onderzocht het UWV de situatie opnieuw en stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 71,37%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek stelde de verzekeringsarts bezwaar en beroep een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op met beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De geselecteerde functies werden als passend beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege de diagnose ADHD en bijkomende klachten, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden en dat de beperkingen in de FML adequaat rekening hielden met de klachten van appellant. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en bevestigde de geschiktheid van de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage en de geschiktheid van functies worden bevestigd.