ECLI:NL:CRVB:2019:4146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht het UWV om toekenning van een WAO-uitkering, nadat eerdere verzoeken waren afgewezen omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was en niet meer verzekerd was op de eerste ziektedag. Het UWV wees het verzoek van 2016 af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd en zijn aanvraag voor de toekomst onvoldoende onderbouwd was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het UWV terecht met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro heeft gehandeld.
Appellant had verzocht om een controle of expertise, maar dit leidt niet tot een ander oordeel. De Raad stelt dat het ontbreken van een deugdelijke en toereikende onderbouwing betekent dat het UWV niet tot nader onderzoek hoeft over te gaan. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om een WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.