ECLI:NL:CRVB:2019:4196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65 procent maatmaninkomen
Appellante was ziekgemeld met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV vast dat zij met haar beperkingen nog meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. De rechtbank vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door invaliderende vermoeidheid niet acht uur per dag kon werken, maar slechts vier tot zes uur. Het UWV betoogde dat acht uur per dag mogelijk was. De Raad beoordeelde de medische rapporten, dagverhalen en arbeidskundige adviezen en concludeerde dat er geen medische reden was om de urenbeperking te verlagen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet en bevestigde de beëindiging van het ziekengeld per 2 maart 2016. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante is per 2 maart 2016 terecht beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.