Uitspraak
OVERWEGINGEN
17 november 2017 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van 10 augustus 2017 gehandhaafd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam bij werkgeefster op basis van een nul-urencontract van 27 februari 2017 tot 17 maart 2017. Na beëindiging van het dienstverband vroeg appellant het UWV om de loonbetalingsverplichtingen van werkgeefster over te nemen, omdat zijn loon niet was uitbetaald. Het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een door de curator geaccordeerd overzicht van gewerkte uren en het niet tijdig indienen van een loonvordering bij werkgeefster.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht had gevraagd om verifieerbare bewijsstukken. Appellant stelde in hoger beroep dat hij bewijs had geleverd en meerdere pogingen had gedaan om betaling te verkrijgen, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
De Raad overwoog dat er geen duidelijke samenhang was tussen het ontslag en het faillissement en dat appellant niet tijdig en voortvarend een loonvordering had ingediend. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat het niet kunnen geldend maken van de loonvordering uitsluitend het gevolg was van de betalingsonmacht van werkgeefster. Het hoger beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot overname van loonbetalingsverplichtingen wordt niet toegewezen.