ECLI:NL:CRVB:2019:4240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening disciplinaire ontslagzaak ambtenaar
Verzoeker heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen de uitspraak van 2 mei 2019 waarin zijn beroep tegen het besluit tot disciplinair ontslag werd afgewezen. De Raad oordeelde destijds dat verzoeker zich schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim door zonder geldige reden niet te verschijnen voor een gesprek over re-integratie.
Verzoeker stelde dat een nieuwe verklaring van zijn huisarts, waarin werd aangegeven dat hij niet in staat was het gesprek te voeren vanwege vermoeidheid en paniekaanvallen, een nieuw feit of omstandigheid vormde die herziening rechtvaardigde. De Raad overwoog dat deze verklaring geen nieuw feit was, aangezien de klachten reeds bekend waren en de bedrijfsarts op basis van beschikbare informatie had vastgesteld dat verzoeker wel in staat was tot het gesprek.
De Raad benadrukte dat herziening slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Nu dit niet het geval was, werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat de nieuwe verklaring geen nieuw feit oplevert dat tot een andere uitspraak had kunnen leiden.