ECLI:NL:CRVB:2019:4241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening ontslagbesluit gemeente Den Haag wegens impasse
Verzoekster was sinds 1999 in dienst van de gemeente Den Haag en kreeg bij besluit van 26 februari 2016 ontslag wegens een impasse in de samenwerking. Dit ontslag werd bevestigd door de rechtbank Den Haag en later door de Raad bij uitspraak van 9 mei 2018.
Verzoekster verzocht om herziening van deze uitspraak op grond van lichamelijke en psychische klachten die zij sinds een verkeersongeval in oktober 2016 zou hebben, waardoor zij zich op de zitting van maart 2018 niet goed kon verdedigen. De Raad beoordeelde dit verzoek aan de hand van artikel 8:119 Awb Pro, dat herziening alleen toestaat bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De Raad oordeelde dat de klachten van verzoekster geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid vormen die de inhoud van het ontslagbesluit raken, maar slechts procedurele aard hebben. Bovendien was verzoekster bij de zitting bijgestaan door een gemachtigde die haar belangen behartigde. Eventuele tekortkomingen in die belangenbehartiging zijn voor risico van verzoekster.
Daarom is het verzoek om herziening afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door H. Lagas, in aanwezigheid van griffier L.R. Daman.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over het ontslag wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.