ECLI:NL:CRVB:2019:4271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek zonder duurzame arbeidsongeschiktheid
Werknemer was sinds 2011 in dienst en meldde zich in 2012 ziek met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde in 2014 vast dat werknemer volledig arbeidsongeschikt was en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Latere besluiten bevestigden deze uitkering en de mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, mede op basis van een uitgebreid Duits medisch rapport. De rechtbank vond dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was in de zin van de Wet WIA, omdat verbetering na het eerste jaar niet was uitgesloten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat sprake was van duurzaamheid en dat het herstelgedrag adequaat onderzocht had moeten worden. De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor inadequaat herstelgedrag. De Raad bevestigde dat het UWV terecht een WGA-uitkering had toegekend en dat het hoger beroep niet slaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV heeft terecht een WGA-uitkering toegekend.