ECLI:NL:CRVB:2019:43
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken procesbelang bij Wmo-aanvraag
Appellante had een aanvraag ingediend voor maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college stelde deze aanvraag buiten behandeling en verklaarde het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat zij was verhuisd naar een andere gemeente waardoor het beoogde resultaat niet meer bereikt kon worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk procesbelang had, omdat zij schade had geleden door het buiten behandeling stellen van haar aanvraag.
De Raad stelde vast dat appellante slechts summier had gesteld dat zij kosten had gemaakt, zonder concrete onderbouwing. Een verklaring ter onderbouwing die zij vlak voor de zitting overlegde, werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante onvoldoende procesbelang had en bevestigde de eerdere uitspraak.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door N.R. Docter, in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.