ECLI:NL:CRVB:2012:BW6811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- M.I. ‘t Hooft
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na overlijden betrokkene
Betrokkene, die vanwege Alzheimer en Parkinson rolstoelgebonden was, verzocht het college om een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding bij vervoer. Het college wees dit af omdat persoonlijke begeleiding niet als vervoersvoorziening onder de Wmo valt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat betrokkene voldoende vervoersmogelijkheden had via de rolstoelregiotaxi met begeleiding en eigen netwerk.
Betrokkene overleed tijdens de procedure, waarna de erven het hoger beroep voortzetten. De Raad beoordeelde of de erven voldoende procesbelang hadden om het hoger beroep voort te zetten. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een louter formeel of principieel belang onvoldoende is en dat het resultaat van het beroep daadwerkelijk bereikt moet kunnen worden.
De erven gaven aan het hoger beroep voort te zetten uit medeleven en voor vergoeding van proceskosten en schadevergoeding. De Raad oordeelde dat geen procesbelang bestaat bij vergoeding van proceskosten of griffierecht en dat schade niet is onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van betrokkene.