Uitspraak
16.7590 ZW
OVERWEGINGEN
De Raad ziet daarom geen aanleiding om de deskundige niet te volgen.
BESLISSING
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
€ 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als kassamedewerkster, meldde zich ziek met psychische klachten en ernstige vermoeidheid. Het UWV stelde vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en weigerde ziekengeld. Na bezwaar en beroep werd de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast en de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat ten tijde van het primaire besluit geen somatische verklaring voor haar klachten bestond en dat de slaapapneu en vermoeidheid onvoldoende werden meegewogen, met name omdat de CPAP-therapie nog niet was gestart. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat een urenbeperking niet geïndiceerd was en dat appellante acht uur per dag kon werken.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep paste de FML aan conform het deskundigenrapport, waarna de arbeidsdeskundige de geschiktheid van functies opnieuw beoordeelde. De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend was en volgde dit oordeel. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante geen recht heeft op ziekengeld en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante vanwege gebrekkige besluitvorming in eerste aanleg.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.