ECLI:NL:CRVB:2019:4310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld na herhaalde ziekmelding en geschiktheid voor EZWb-functies
Appellant meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten en ontving aanvankelijk ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na meerdere beoordelingen en herbeoordelingen stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen met functies die zijn geselecteerd binnen het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat de medische beperkingen en psychische klachten voldoende waren meegenomen in de beoordeling en de geselecteerde functies passend werden geacht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen zwaarder waren en dat de psychiater van het UWV zijn toestand onvoldoende had ingeschat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen belemmeringen had ondervonden bij het onderbouwen van zijn standpunt en dat er geen sprake was van schending van het beginsel van equality of arms. De Raad volgde het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperkingen van appellant adequaat waren meegenomen en dat hij geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft vanaf 19 december 2016 geen recht meer op ziekengeld omdat hij geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde EZWb-functies.