Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2019:4329

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 december 2019
Publicatiedatum
23 december 2019
Zaaknummer
18/5938 WAO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij herzieningsverzoek WAO-uitspraak

De zaak betreft een verzoeker die een herzieningsverzoek had ingediend tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 september 2018. Dit verzoek werd op 15 mei 2019 niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld op de zitting van 15 november 2019, waarbij partijen niet verschenen. De Raad heeft ambtshalve onderzocht of het verzet ontvankelijk was. De uitspraak van 15 mei 2019 was per aangetekende post verzonden, waarbij de uiterste datum voor het indienen van het verzet 26 juni 2019 was. Het verzetschrift werd echter pas op 28 juni 2019 gepost en op 12 juli 2019 ontvangen, waardoor de termijn werd overschreden.

Verzoeker gaf als reden voor de overschrijding aan dat de postbezorging traag was en hij de uitspraak te laat had ontvangen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen aanleiding geven om aan te nemen dat verzoeker niet in verzuim was. Er waren geen feiten of omstandigheden die een andere conclusie rechtvaardigden. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 december 2019
18/5938 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, in verbinding met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 september 2018, 17/7086 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van 15 mei 2019 heeft de Raad het door verzoeker ingediende verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 november 2019. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 mei 2019 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De uitspraak van de Raad is op 15 mei 2019 per aangetekende post verzonden. De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 26 juni 2019. Het door verzoeker ingediende verzetschrift is blijkens de poststempel op 28 juni 2019 ter post bezorgd en op 12 juli 2019 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
Bij brief van 24 juli 2019 heeft de Raad bij verzoeker geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Verzoeker heeft gereageerd bij brief van 31 augustus 2019. Als reden voor de termijnoverschrijding stelt verzoeker dat de postbezorging traag is en hij de uitspraak pas na de termijn van zes weken heeft ontvangen.
De Raad is van oordeel dat de omstandigheden die verzoeker heeft aangevoerd geen aanleiding geven voor een andere conclusie dan dat de uitspraak op de juiste wijze is bekend gemaakt. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat verzoeker niet in verzuim is geweest, moet het verzet niet-ontvankelijk worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van E.D. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) E.D. de Jong

OS

DECISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), déclare l’ opposition contre la présente décision interjeté non-recevable.
Ce verdict a été fait par C.H. Bangma en présence de E.D. de Jong en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public le 20 décembre 2019.