ECLI:NL:CRVB:2019:4329
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij herzieningsverzoek WAO-uitspraak
De zaak betreft een verzoeker die een herzieningsverzoek had ingediend tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 september 2018. Dit verzoek werd op 15 mei 2019 niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld op de zitting van 15 november 2019, waarbij partijen niet verschenen. De Raad heeft ambtshalve onderzocht of het verzet ontvankelijk was. De uitspraak van 15 mei 2019 was per aangetekende post verzonden, waarbij de uiterste datum voor het indienen van het verzet 26 juni 2019 was. Het verzetschrift werd echter pas op 28 juni 2019 gepost en op 12 juli 2019 ontvangen, waardoor de termijn werd overschreden.
Verzoeker gaf als reden voor de overschrijding aan dat de postbezorging traag was en hij de uitspraak te laat had ontvangen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen aanleiding geven om aan te nemen dat verzoeker niet in verzuim was. Er waren geen feiten of omstandigheden die een andere conclusie rechtvaardigden. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzet.