ECLI:NL:CRVB:2021:2854

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 november 2021
Publicatiedatum
19 november 2021
Zaaknummer
20/2138 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening in WAO-zaken ongegrond verklaard

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van verzoeker tegen de eerdere uitspraak waarin zijn verzoek om herziening van een eerdere beslissing niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Verzoeker stelde dat het griffierecht wel was voldaan door familie in Spanje, maar de Raad constateerde dat de betaling te laat was ontvangen, waardoor het griffierecht was teruggestort. Dit leidde tot de niet-ontvankelijkverklaring.

De Raad oordeelde dat de gronden van verzoeker onvoldoende waren om tot een ander oordeel te komen en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier B. van Dijk, en uitgesproken in het openbaar op 19 november 2021.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 november 2021
20/2138 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:119, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 december 2019, 18/5938 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in de uitspraak van 14 april 2021 het verzoek om herziening van de uitspraak van 20 december 2019, 18/5938, niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het verzoek om herziening niet in behandeling kan nemen.
De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht.
Verzoeker is het niet eens met de uitspraak en heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 8 oktober 2021. Partijen zijn niet verschenen

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van 14 april 2021 heeft de Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In zijn verzetschrift geeft verzoeker aan dat het griffierecht is voldaan door familie in Spanje.
De Raad is op de hoogte van deze betaling maar constateert dat de betaling te laat is ontvangen. Dat is de reden waarom het griffierecht is teruggestort.
Dat betekent dat de gronden van verzoeker niet tot een ander oordeel leiden en het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van B. van Dijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2021.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) B. van Dijk

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare l’opposition non fondée.
Par conséquent, décidée par J.C. Boeree en présence de B. van Dijk en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le19 novembre 2021.