ECLI:NL:CRVB:2019:4338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb) door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn fysieke en psychische klachten, evenals medicatiegebruik, onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies geschikt waren. De rechtbank verwierp de stellingen over onderschatting van psychische klachten en medicatie-effecten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en overhandigde aanvullende medische stukken, waarvan een deel reeds bekend was. De Raad concludeerde dat deze stukken geen nieuwe relevante informatie bevatten over de situatie op de peildatum en dat de medische beoordeling van het UWV correct was. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep benadrukte dat de beoordelingssystematiek aansluit bij de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing boden voor het besluit. Er werd geen aanleiding gezien om het besluit te vernietigen of te wijzigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.