ECLI:NL:CRVB:2019:498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring en beëindiging ziekengeld wegens onvoldoende objectivering klachten
Appellante, voormalig accountmanager, meldde zich ziek met klachten door een whiplash na een auto-ongeluk. Het UWV verklaarde haar per 1 augustus 2016 geschikt voor haar werk en beëindigde het ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen objectivering van de klachten aanwezig was.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat haar fysiotherapeut en psycholoog chronische en psychische klachten bevestigden die niet waren meegenomen. Zij verzocht om een onafhankelijke deskundige. Het UWV handhaafde het besluit.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om bewijs aan te dragen en dat de medische stukken geen objectivering van haar klachten bevatten. Daarom was de hersteldverklaring terecht en het recht op ziekengeld terecht beëindigd.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de hersteldverklaring per 1 augustus 2016 wordt bevestigd.