Uitspraak
17.1927 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
besluiten van 1 december 2015 en 14 december 2015 met inachtneming van deze uitspraak
en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 24 september 2015 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland. Het college stelde de aanvraag op 1 december 2015 buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. Na deze beslissing overhandigde appellant alsnog aanvullende stukken, die het college op 14 december 2015 beoordeelde en concludeerde dat onvoldoende gegevens waren verstrekt om het recht op bijstand vast te stellen.
Het college verklaarde het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag op 18 mei 2016 ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellant dat de brief van 14 december 2015 een nieuw besluit was dat bij het bezwaar betrokken had moeten worden.
De Raad oordeelde dat de brief van 14 december 2015 inderdaad een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is, omdat het college de buiten de hersteltermijn overgelegde stukken inhoudelijk heeft beoordeeld. Het college had dit besluit bij de bezwaarprocedure moeten betrekken. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot buiten behandeling stellen van de aanvraag en het daaropvolgende besluit worden vernietigd; het college moet een nieuwe beslissing nemen.