ECLI:NL:CRVB:2019:533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens niet tijdige indiening en onduidelijke woonsituatie
Appellante had bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht over 2014 en 2015. De aanvraag over 2014 werd afgewezen omdat deze niet tijdig was ingediend, terwijl voor 2015 de aanvraag werd afgewezen vanwege onduidelijkheden over de woonsituatie van appellante en het aantal personen dat feitelijk op het opgegeven adres woonde.
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo voerde een onderzoek uit, waaronder huisbezoek en waarnemingen, waaruit bleek dat meerdere personen mogelijk op het adres verbleven, waaronder een man zonder identiteitspapieren en een zoon van K. Appellante kon niet met objectieve en verifieerbare gegevens duidelijkheid verschaffen over haar woonsituatie.
De rechtbank had het beroep tegen de afwijzing ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die een afwijking van het tijdigheidsvereiste rechtvaardigen en de onduidelijkheden over de woonsituatie leiden tot het niet kunnen vaststellen van het recht op bijzondere bijstand.
De Raad oordeelt dat appellante tekort is geschoten in haar medewerkingsplicht en bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor beide jaren. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt afgewezen wegens niet tijdige indiening over 2014 en onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie over 2015.