ECLI:NL:CRVB:2019:536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor niet-vergoede kosten gehoorapparaten wegens ontbreken dringende redenen
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van gehoorapparaten die niet werden vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze aanvraag af op grond van artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet (PW), omdat de Zorgverzekeringswet een passende voorziening biedt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er zeer dringende redenen waren op grond van artikel 16, eerste lid, PW, omdat hij zonder functionerende gehoorapparaten ernstig gehinderd werd in het dagelijks leven en daardoor feitelijk gehandicapt was. Tevens verwees hij naar de woonvorm waar hij verbleef die de situatie onhoudbaar achtte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat zeer dringende redenen slechts bij acute noodsituaties gelden, zoals levensbedreiging of blijvend ernstig letsel, en dat appellant deze situatie niet aannemelijk had gemaakt. Zijn stellingen waren onvoldoende onderbouwd.
Daarom was het college terecht uitgegaan van artikel 15 PW Pro en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor niet-vergoede kosten van gehoorapparaten wordt afgewezen wegens ontbreken van dringende redenen.